Biotoopcodes

Habitatcodes in Groningen

 

01 kapvlaktes naaldbos

02 kapvlaktes gemengd bos

03 kapvlaktes loofbos voedselarm

04 kapvlaktes loofbos voedselrijk

05 rommel/recreatiebosjes op arme bodems

06 rommel/recreatiebosjes op rijke bodems

07 loofbos op vochtig tot uitgedroogd laagveen

 

12 elzenbroekbossen op vochtige tot natte bodems

13 berkenbroekbossen op vochtige tot natte bodems

14 loofbossen (eik, es, els, iep) op (matig) vochtige voedselrijke klei (kleibossen)

15 loofbossen (eik, es, iep) op vochtig tot droge (matig) voedselrijk (lemig) zand

17 loofbossen (eik, beuk, berk) op (vrij) droog kalkarm voedselarm zand of leem (pleistoceen)

18 opgaande populieren- en wilgenbossen met grazige of kruidige ondergroei (boomweiden)

 

22 sporkenhout-wilgenbroekstruwelen op vochtige tot natte bodems

24 duindoornstruwelen, eventueel met vlier of liguster (Lauwersmeer)

25 kruipwilgstruwelen

27 eikenhakhout

28 essenhakhout

29 overig hakhout

 

31 naaldbossen op (vrij) droog, kalkarm, voedselarm zand of leem (pleistoceen)

33 naaldbossen op (vrij) droog, kalkrijk of voedselrijk zand (Kolham, Lauwersmeer)

36 gemengde bossen op vrij droog, kalkarm, voedselarm zand of leem (pleistoceen)

 

43 loofhoutsingels en bosranden op nat tot droog voedselrijk zand, leem of klei

47 lanen en beplante wegbermen en dijken op kalkrijke of voedselrijke bodem (o.a. klei)

49 lanen en beplante wegbermen en dijken op kalkarme, voedselarme zand- of leemgrond

 

51 (matig) droge heidevelden in het binnenland

53 (matig) droge heidevelden in het binnenland vergrast (pijpenstrootjesvelden)

56 (matig) droge heischrale graslanden

59 matig droge heischrale graslanden, vergrast, geen pijpenstrootje

 

63 voedselrijke rietlanden en oevervegetaties

64 voedselarme veenmosrietlanden

65 zeggemoerassen

69 vloedmerk (organisch aanspoelsel) langs rivieren en meren

 

71 sterk bemeste graslanden, intensief beweid en/of gemaaid

72 weilanden op vochtige tot droge, matig bemeste bodems

74 hooilanden op vochtige tot natte, zwak of matig bemeste bodems

75 blauwgraslanden

77 graslanden op niet of zwak bemest, droog zand in de duinen (bijv. Lauwersmeer)

 

81 buitenste zeeduinen

82 droge, zandige ofmet mos begroeide plekken in de kustduinen

83 kwelders en zilte graslanden

84 niet of schaars begroeide zandplaten (Deltagebied, Lauwersmeer, Rottum)

 

91 akkers, stoppelvelden, braakland

92 sier- en moestuinen, erven

93 stadsparken, plantsoenen, boomgaarden, kerkhoven, gazons met geboomte

94 droge ruigtevegetaties, vuilnisbelten

95 spoorbermen

96 boomloze wegbermen of dijken op (vrij) droog, voedselarm zand of leem

97 boomloze wegbermen of dijken op vochtig voedselarm zand of leem

98 boomloze wegbermen of dijken op droge voedselrijke bodems

99 boomloze wegbermen of dijken op vochtige voedselrijkebodems